Verkoop van en zakelijke rechten op onroerende zaken

Publicaties van voorgenomen verkopen van onroerende zaken in eigendom van Gemeente Middelburg, alsook van de vestiging van zakelijke rechten ten laste daarvan.

Met de lijst wordt uitvoering gegeven aan de publicatieverplichtingen zoals verwoord in de arresten van de Hoge Raad der Nederlanden van 26 november 2021 en van 15 november 2024 (Didam I en Didam II). De lijst wordt doorlopend vernieuwd.

Iedere publicatie blijft vanaf de vermelde publicatiedatum ononderbroken gedurende twintig (20) kalenderdagen beschikbaar op de website. Binnen deze termijn, te rekenen vanaf de dag na de vermelde publicatiedatum, kunnen derden met een serieuze (potentiële) interesse in een locatie zich melden bij de daarbij weergegeven contactpersoon en, zo nodig, een kort geding aanhangig maken bij de bevoegde voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze termijn is een vervaltermijn. Indien binnen deze termijn geen dagvaarding is uitgebracht is sprake van rechtsverwerking van alle vorderingsrechten met de strekking de desbetreffende verkoop of vestiging van het zakelijk recht, geheel of gedeeltelijk, in of buiten rechte ter discussie te stellen. Een na deze termijn aanhangig gemaakt kort geding of bodemprocedure leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Archief

Oudere publicaties die hebben gestaan op deze pagina kunt u raadplegen in het webarchief.

20 oktober 2026: kennisgeving voornemen tot in bruikleen geven van een gedeeltelijk perceel grond nabij Kleverskerkseweg 57A

  • Adres: Kleverskerkseweg 57A, Middelburg
  • Kadastraal bekend: Gemeente Middelburg, sectie M, nummer 1427 (gedeeltelijk)
  • Totale oppervlakte: circa tachtig vierkante meter (80m²)

Gemeente Middelburg is voornemens om bovenvermeld gedeeltelijk perceel grond, wat fungeert als groenstrook, in bruikleen te geven aan aangrenzende eigenaar waartoe zij de enige gegadigde is die voor de bruikleen in aanmerking komt, zoals bedoeld in rechtsoverweging 3.1.6 van het ‘Didam I’-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 en rechtsoverweging 3.5.2 van het ‘Didam II’-arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661, om de navolgende redenen.

De bruiklener heeft haar belangstelling kenbaar gemaakt voor het in bruikleen nemen van het gedeeltelijk perceel grond. Nu het gedeeltelijk perceel grond uitsluitend grenst aan het perceel wat in eigendom toebehoort aan bruiklener en er redelijkerwijs geen andere gegadigden zijn die voor de bruikleen in aanmerking komen, is de gemeente Middelburg voornemens medewerking te verlenen aan de ingebruikneming van het gedeeltelijk perceel grond.

Gemeente Middelburg zal niet eerder dan na twintig (20) kalenderdagen na de datum van publicatie van dit voornemen overgaan tot de bruikleen, tenzij voordien een kort geding tegen dit voornemen aanhangig wordt gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding vervalt voor een ieder het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. Een na de gemelde termijn van 20 kalenderdagen aanhangig gemaakt kort geding of bodemprocedure leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Contactpersoon

Marith den Dikken, Algemeen medewerker grondzaken, afdeling Leefomgeving.

30 oktober 2026: kennisgeving voornemen tot verkoop en eigendomsoverdracht bouwpercelen nabij Oranjeplaatweg te Arnemuiden

  • Adres: percelen bouwgrond nabij Oranjeplaatweg te Arnemuiden.
  • Kadastraal bekend: gemeente Arnemuiden; sectie I nummers 580, 582, 360, 723, 725, 726, 727, 728, 729, 731 en 732.
  • Totale perceelgrootte: ca. 132.201 m2.

De gemeente Middelburg is voornemens om bovenvermelde kadastrale percelen bouwgrond te verkopen en in eigendom over te dragen aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid HVV Property B.V., met KVK-nummer 73212814 (hierna: ‘HVV’). De gemeente meent dat HVV de enige gegadigde is die voor de aankoop in aanmerking komt, zoals bedoeld in rechtsoverweging 3.1.6 van het ‘Didam I’-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 en rechtsoverweging 3.5.2 van het ‘Didam II’-arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661, om de navolgende redenen.

Op 1 oktober 2018 en in oktober 2020, derhalve vóór het wijzen van het Didam-arrest, is door het college van burgemeester en wethouders van Middelburg een anterieure overeenkomst respectievelijk een addendum (aanpassing) op deze anterieure overeenkomst gesloten met Driestar B.V. en HVV, beide behorende tot het Driestar concern, ten behoeve van de ontwikkeling (uitbreiding) van Waterpark Veerse Meer (hierna gezamenlijk: ‘de overeenkomst'). Voor de realisatie van deze ontwikkeling dient HVV gronden te verwerven. In de overeenkomst is onder meer opgenomen dat de gemeente zich maximaal zal inspannen om de benodigde gronden in eigendom te doen overdragen aan HVV. Onder maximale inspanning werd onder meer ook verstaan het indien nodig inzetten van het voorkeursrecht en het onteigeningsinstrument, jegens de eigenaren van de bedoelde gronden, om dit te bereiken.

Een deel van de bedoelde gronden, te weten alle bovenvermelde kadastrale percelen bouwgrond, is eigendom van Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer heeft – ter voorkoming van onteigening – deze gronden inmiddels, als onderdeel van een ruilovereenkomst, verkocht aan de gemeente en zal de gronden op korte termijn aan de gemeente leveren. De gemeente is voornemens de gronden dezelfde dag te verkopen en door te leveren aan HVV, waarmee de gemeente zou voldoen aan haar inspanningsplicht uit de overeenkomst.

De betreffende gronden zijn planologisch bestemd voor (uitbreiding van) verblijfsrecreatie. Het totale recreatiepark is opgenomen in het bestemmingsplan ‘Waterpark Veerse Meer 2020’ en daar bestemd als 'Recreatie – Verblijfsrecreatie'. Deze bestemming voorziet in de centraal bedrijfsmatige exploitatie van één recreatiepark met de daarbij behorende (dag)recreatie- en leisure-voorzieningen en horeca-activiteiten. Dit impliceert dat alleen de eigenaar van het al bestaande recreatiepark in het gebied, HVV, de mogelijkheid heeft om het volledige park te realiseren. Vast staat daarom, althans redelijkerwijs mag daarom worden aangenomen, dat er géén andere serieuze gegadigden geïnteresseerd zullen zijn in de aankoop. Gevolg is dat HVV de enige serieuze gegadigde is die voor de aankoop van de gronden in aanmerking komt.

Er is sprake van een objectief, toetsbaar en redelijk criterium voor deze vaststelling dat enkel HVV voor de aankoop in aanmerking komt. HVV heeft het bestaande Waterpark Veerse Meer en de voormalige camping de Witte Raaf in 2018 overgenomen uit een faillissement. In dit faillissement was sprake van een boedel en daarnaast nog een aantal andere eigenaren in het gebied. De curator heeft samenwerking gezocht met deze andere eigenaren, en uiteindelijk de boedel samen met eigendommen van derden in één pakket verkocht aan de meest gerede partij, HVV. Voor het verkrijgen van deze positie in het huidige bestemmingsplangebied heeft de curator derhalve een transparant mededingingsproces laten plaatsvinden. Dat het HVV is die thans de enige gegadigde is die voor de aankoop van de gronden in aanmerking komt, is dus een resultaat waarop de gemeente geen invloed heeft uitgeoefend.

Bij het voorgaande komt, dat uit de rechtspraak (o.a. Rb. Noord-Holland 25 oktober 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9333 en Rb. Gelderland 12 januari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:99) volgt dat het een overheidslichaam, zoals de gemeente, vrijstaat om de door haar vóór het Didam-arrest gemaakte afspraken na te komen wanneer een belangenafweging tussen het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel op goede gronden in het voordeel van het vertrouwensbeginsel uitvalt. In dit geval betreft dit de inspanningsplicht uit de overeenkomst waarin de gemeente zich heeft verbonden om de door HVV benodigde gronden (te verkrijgen en) aan HVV te (doen) leveren. Het handelen in strijd met deze overeenkomst levert – naast een toerekenbare tekortkoming in de nakoming – schending op van het vertrouwensbeginsel. Ook om deze reden is de gemeente van mening dat zij de bovenvermelde percelen bouwgrond rechtmatig kan verkopen en leveren aan HVV, zonder deze verkoop voor verdere mededinging open te stellen.

De genoemde redenen leiden reeds ieder afzonderlijk tot de vaststelling dat enkel HVV voor de aankoop in aanmerking komt.

Gemeente Middelburg zal niet eerder dan na twintig (20) kalenderdagen na de datum van publicatie van dit voornemen overgaan tot verkoop van de bovenvermelde percelen bouwgrond aan HVV, tenzij voordien een kort geding tegen dit voornemen aanhangig wordt gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in welk geval de uitspraak daarvan wordt afgewacht.

Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding vervalt voor een ieder het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. Een na de gemelde termijn van 20 kalenderdagen aanhangig gemaakt kort geding of bodemprocedure leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Contactpersoon: Ad van den Kieboom, Beleidsmedewerker Grondzaken bij de afdeling Leefomgeving, telefoonnummer 0118 67 52 02 of per e-mail via: a.van.den.kieboom@middelburg.nl.