Verkoop van en zakelijke rechten op onroerende zaken

Publicaties van voorgenomen verkopen van onroerende zaken in eigendom van Gemeente Middelburg, alsook van de vestiging van zakelijke rechten ten laste daarvan.

Met de lijst wordt uitvoering gegeven aan de publicatieverplichtingen zoals verwoord in de arresten van de Hoge Raad der Nederlanden van 26 november 2021 en van 15 november 2024 (Didam I en Didam II). De lijst wordt doorlopend vernieuwd.

Iedere publicatie blijft vanaf de vermelde publicatiedatum ononderbroken gedurende twintig (20) kalenderdagen beschikbaar op de website. Binnen deze termijn, te rekenen vanaf de dag na de vermelde publicatiedatum, kunnen derden met een serieuze (potentiële) interesse in een locatie zich melden bij de daarbij weergegeven contactpersoon en, zo nodig, een kort geding aanhangig maken bij de bevoegde voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Deze termijn is een vervaltermijn. Indien binnen deze termijn geen dagvaarding is uitgebracht is sprake van rechtsverwerking van alle vorderingsrechten met de strekking de desbetreffende verkoop of vestiging van het zakelijk recht, geheel of gedeeltelijk, in of buiten rechte ter discussie te stellen. Een na deze termijn aanhangig gemaakt kort geding of bodemprocedure leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Archief

Oudere publicaties die hebben gestaan op deze pagina kunt u raadplegen in het webarchief.

27 januari: kennisgeving voornemen tot verkoop en eigendomsoverdracht percelen landbouwgrond Mortierepolder te Middelburg

  • Adres: percelen landbouwgrond nabij Mortierepolder/Stelledijk ongenummerd te Middelburg.
  • Kadastraal bekend: gemeente Middelburg; sectie X nummers 3540, 2908, 2909, 2910, 2998 en 3528.
  • Totale perceelgrootte: ca. 193.862 m2.

Gemeente Middelburg is voornemens om bovenvermelde kadastrale percelen landbouwgrond te verkopen, ten titel van ruil in de zin van artikel 7:49 van het Burgerlijk Wetboek, en deze - als verkoper in de zin van artikel 7:50 van het Burgerlijk Wetboek -  in eigendom over te dragen aan de publiekrechtelijke rechtspersoon Provincie Zeeland, met KVK-nummer 20168636 (hierna: ‘de provincie’). De gemeente meent dat de provincie de enige gegadigde is die voor de aankoop in aanmerking komt, zoals bedoeld in rechtsoverweging 3.1.6 van het ‘Didam I’-arrest van de Hoge Raad van 26 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1778 en rechtsoverweging 3.5.2 van het ‘Didam II’-arrest van de Hoge Raad van 15 november 2024, ECLI:NL:HR:2024:1661, om de navolgende redenen.

De verkoop is onderdeel van een ruiling, waarbij Gemeente Middelburg de van de provincie in ruil te verkrijgen gronden zal inzetten om de verdraaiing van de start- en landingsbaan van Vliegveld Midden-Zeeland mogelijk te maken (baanrotatie). Deze baanrotatie is om verschillende (veiligheids)redenen gewenst. Het doel van de ruiling dient daarmee een algemeen c.q. een publiek belang. De provincie is enkel bereid de voormelde percelen te verkopen als onderdeel van deze ruiling waarmee het desbetreffende publieke belang wordt gediend. Dit terwijl anderzijds Gemeente Middelburg enkel bereid is de voornoemde percelen landbouwgrond te verkopen, indien zij daarmee de gronden kan verkrijgen die nodig zijn om de baanrotatie mogelijk te maken. Omdat enkel de provincie beschikt over die gronden, is de provincie de enige partij die voor de aankoop van de gemeentelijke percelen landbouwgrond in aanmerking komt. Gemeente Middelburg mag derhalve redelijkerwijs aannemen dat serieuze interesse van andere gegadigden voor de aankoop, onder deze condities, ontbreekt.

Met de verkoop, als onderdeel van deze ruiling, wordt bovendien aan gemeentelijke (beleids)doelen beantwoord, nu met de baanrotatie die met de te verkrijgen ruilgronden mogelijk wordt gemaakt de integrale herontwikkeling van Waterpark Veerse Meer kan plaatsvinden op een wijze die aan deze (beleids)doelen conformeert. In de rechtspraak is meermaals uitgemaakt dat een beleidskeuze en de wens tot een integrale uitvoering redengevend kunnen zijn voor de redelijke aanname dat er één serieuze gegadigde is voor de uitvoering daarvan c.q. voor de aankoop (o.a. Hof Den Haag 18 juli 2023, ECLI:NL:GHDHA:2023:1368, r.o. 6.10 en Hof Arnhem–Leeuwarden 27 juni 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:5383, r.o. 4.14-4.20).

Bij het voorgaande komt, dat uit de rechtspraak (o.a. Rb. Noord-Holland 25 oktober 2022, ECLI:NL:RBNHO:2022:9333 en Rb. Gelderland 12 januari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:99) volgt dat het een overheidslichaam, zoals de gemeente, bovendien vrijstaat om de door haar vóór het Didam-arrest gemaakte afspraken na te komen wanneer een belangenafweging tussen het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel op goede gronden in het voordeel van het vertrouwensbeginsel uitvalt. Op 1 oktober 2018 en in oktober 2020, derhalve vóór het wijzen van het Didam-arrest, is door het college van burgemeester en wethouders van Middelburg een anterieure overeenkomst respectievelijk een addendum (aanpassing) op deze anterieure overeenkomst gesloten met Driestar B.V. en HVV, beide behorende tot het Driestar concern, ten behoeve van de ontwikkeling (uitbreiding) van Waterpark Veerse Meer. In deze anterieure overeenkomst heeft de gemeente zich ertoe verplicht zich in te spannen om de vliegbewegingen over het park te beëindigen en de geluidsbelasting ten gevolge van het vliegveld te verminderen, hetgeen onder andere kan door middel van het verdraaien en verplaatsen van de voornoemde start- en landingsbaan van Vliegveld Midden-Zeeland. Omdat deze baanrotatie met de te verkrijgen ruilgronden mogelijk wordt gemaakt, voldoet de gemeente met de voorgenomen verkoop - als onderdeel van deze ruiling - dus aan haar inspanningsplicht jegens het Driestar concern.

Zou de gemeente echter handelen in strijd met deze inspanningsplicht c.q. met de anterieure overeenkomst, dan levert dit schending op van het vertrouwensbeginsel. Mede gelet op het belang en de omvang van de met de gemaakte afspraken beoogde ontwikkeling is op goede gronden verdedigbaar dat een belangenafweging tussen het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel in dit geval in het voordeel van het vertrouwensbeginsel uitvalt. Ook daarom is de gemeente van mening dat zij de bovenvermelde percelen landbouwgrond rechtmatig kan verkopen en leveren aan de provincie, zonder deze verkoop voor verdere mededinging open te stellen.

De voornoemde redenen leiden reeds ieder afzonderlijk tot de vaststelling dat enkel de provincie voor de aankoop in aanmerking komt.

Gemeente Middelburg zal niet eerder dan na twintig (20) kalenderdagen na de datum van publicatie van dit voornemen overgaan tot verkoop van de bovenvermelde percelen landbouwgrond aan de provincie, tenzij voordien een kort geding tegen dit voornemen aanhangig wordt gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-West-Brabant in welk geval de uitspraak daarvan wordt afgewacht.

Bij gebreke van het tijdig aanhangig maken van een kort geding vervalt voor een ieder het recht om tegen al het voornoemde in rechte op te komen en/of daarop enige vordering tot schadevergoeding of welke andere aanspraak dan ook te baseren, althans heeft u uw rechten daarop verwerkt. Een na de gemelde termijn van 20 kalenderdagen aanhangig gemaakt kort geding of bodemprocedure leidt tot niet-ontvankelijkheid.

Contactpersoon: Ad van den Kieboom, Beleidsmedewerker Grondzaken bij de afdeling Leefomgeving, telefoonnummer 0118 675202 of per e-mail via: a.van.den.kieboom@middelburg.nl.