PolliConnect: ruimte voor bestuivers in Middelburg
Middelburg doet mee aan het Europese project PolliConnect (2025–2029). In dit project werken partners uit vijf landen samen aan het herstel van wilde bestuivers, zoals bijen, vlinders en zweefvliegen. Deze insecten zijn onmisbaar voor gezonde ecosystemen en biodiversiteit, maar staan onder druk door verlies van leefgebied.
In Middelburg richten we ons op het verbeteren van groenstructuren en het toepassen van natuurvriendelijk grasbeheer. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van innovatieve technieken, zoals AI‑camera’s, om bestuivers beter te monitoren.
Waarom doen we dit?
Bestuivende insecten hebben het moeilijk door intensief beheer, voedseltekort en versnippering van leefgebieden. Met PolliConnect willen we:
- leefgebieden verbeteren en uitbreiden
- zorgen voor meer samenhang in het landschap
- nieuwe beheerpraktijken ontwikkelen en toepassen
- kennis delen tussen landen en organisaties
Het doel van dit project is om het aantal bestuivers in de projectgebieden merkbaar te laten toenemen.
Wat is natuurvriendelijk grasbeheer?
Een belangrijk onderdeel van het project is gefaseerd maaien. Daarbij wordt niet alles in één keer gemaaid, maar in delen en op verschillende momenten. Op deze manier ontstaan verschillende groeifases van planten naast elkaar en wordt de bloeiboog van de aanwezige kruiden verlengt, waardoor er meer en langer voedsel voor bestuivers beschikbaar is. Belangrijk is ook dat er stukken helemaal niet gemaaid worden, zodat de insecten hier in kunnen verstoppen en zelfs overwinteren. Ook maaien we hoger (ongeveer 10 cm) en blijft een deel van het gras in de winter staan. Het maaisel wordt afgevoerd, zodat kruidenrijke planten zich beter kunnen ontwikkelen. Veel kruiden vragen namelijk om een voedselarme grond, om beter te concurreren met het snelgroeiende gras. Op de lange termijn wordt de grond armer door stelselmatig het maaisel af te voeren, zodat kruiden meer kans krijgen te groeien. Dit maaisel wordt soms op andere plekken verwerkt om juist de bodem en het bodemleven te voeden, bijvoorbeeld bij bomen die meer voeding nodig hebben dan kruiden.
Het maaien doen we op 2 manieren:
Sinusmaaien
Bij sinusmaaien worden afwisselend slingerende banen en grotere oppervlakten in het gras gemaaid. Per jaar maaien we op 3 momenten zulke paden, elke keer een ander nieuw pad. Na een week of 4 wordt het oppervlak binnen het pad gemaaid. Zo ontstaat een gevarieerd patroon van zones met verschillende hoogtes en bloei.

Blokmaaien
Bij blokmaaien worden grotere vlakken in fasen gemaaid, ook met golvende randen. Dit zorgt eveneens voor variatie en structuur. Deze techniek is beter in te zetten langs wegen.
Voordelen van deze aanpak
- Langer bloeiende planten beschikbaar voor insecten
- Schuilplekken en overwinteringsplaatsen blijven aanwezig
- Meer variatie in vegetatie en soorten
Waar gebeurt dit?
Het aangepaste maaibeheer wordt in het kader van Polliconnect toegepast op 3 locaties in Middelburg:
- Sprenckweide
- Prooyenspark
- Meiveld
Buiten deze projectlocaties experimenten we ook met sinusmaaien in het Vogelpark, Overloper, Erasmuspark en bij de skatebaan aan de Geersesweg. Op deze plekken werken we aan een sterkere en gevarieerdere leefomgeving voor bestuivers en andere dieren.
Meer algemene informatie over het Europese project Polliconnect vindt u op de pagina achtergrondinformatie Polliconnect.