Het Activiteitenbesluit stelt regels voor de opslag van vloeibare brandstoffen als benzine, petroleum, diesel en huisbrandolie, afgewerkte olie en huishoudelijk afvalwater in ondergrondse tanks groter dan 1 m3 en kleiner dan 150 m3 door bedrijven en particulieren.

Wanneer het gaat om een ondergrondse tank met een grootte van of meer dan 150 m3 (150.000 liter) dan valt de tank niet onder het Activiteitenbesluit, maar moeten de eisen die aan de tank gesteld worden in een vergunning worden geregeld.

De regels uit het Activiteitenbesluit moet voorkomen dat lekkende ondergrondse tanks de bodem of het grondwater verontreinigen.

 De regels voor ondergrondse olietanks op een rij:

  1. Sinds 1 januari 1999 worden buiten gebruik zijnde tanks niet meer gesaneerd maar worden ze altijd verwijderd. De werkzaamheden worden tenminste 10 dagen voor aanvang gemeld aan het bevoegd gezag (de gemeente).
  2. Alle niet meer in gebruik zijnde tanks dienen door een KIWA-erkend bedrijf te worden verwijderd.
  3. Alleen een KIWA-erkend bedrijf mag olietanks verwijderen. De tank en de leidingen worden uitgegraven, schoongemaakt en weggehaald. Het gat wordt opgevuld met schoon zand. U krijgt dan het KIWA-certificaat.

Tanks die nog in gebruik zijn moeten jaarlijks worden gekeurd.