Artikelsgewijze toelichting Subsidieverordening

De voorwaarden voor subsidieverlening zijn vastgelegd in de Algemene Subsidieverordening Middelburg 2007. Op deze pagina leest u een toelichting op deze regeling.

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 1 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

De begripsomschrijvingen in dit artikel van de verordening zijn opgenomen om interpretatieverschillen te voorkomen.

Een omschrijving van het begrip “subsidie” ontbreekt, omdat artikel 4:21 van de Awb daar een definitie van geeft, die dwingend is en algemene geldigheid heeft. Opname in de verordening is derhalve niet mogelijk. Desalniettemin is het zinvol op deze plaats aandacht te besteden aan de wettelijke definitie.

Artikel 4:21

  1. Onder subsidie wordt verstaan de aanspraak op financiële middelen, door een bestuursorgaan verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten.
  2. Deze titel is niet van toepassing op aanspraken of verplichtingen die voortvloeien uit een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de heffing van een premie dan wel een premievervangende belasting ingevolge de Wet financiering volksverzekeringen.
  3. Deze titel is niet van toepassing op de aanspraak op financiële middelen die wordt verstrekt op grond van een wettelijk voorschrift dat uitsluitend voorziet in verstrekking aan rechtspersonen die krachtens publiekrecht zijn ingesteld.
  4. Deze titel is van overeenkomstige toepassing op de bekostiging van het onderwijs en onderzoek.

Er wordt uitgegaan van een materieel subsidiebegrip: zodra aan de elementen van de begripsomschrijving wordt voldaan, spreken wij van subsidie. Deze elementen zijn:

  • a: een aanspraak op financiële middelen;
  • b: anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten;
  • c: door een bestuursorgaan verstrekt;
  • d: met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager.

Ad a.

Verstrekkingen in natura, zoals bijvoorbeeld het om niet of voor een lage huurprijs beschikbaar stellen van een accommodatie, vallen niet onder het subsidiebegrip. Met het woord “aanspraak” wordt aangegeven, dat de financiële middelen niet daadwerkelijk verstrekt hoeven te worden. Zo is bijvoorbeeld ook het garant staan van de gemeente voor afbetaling van een lening een subsidie in de zin van de verordening. De gemeente verplicht zich immers tot betaling op het moment dat de geldlener daartoe niet in staat is. Het is dus niet zo, dat pas van subsidie kan worden gesproken op het moment dat de financiële middelen daadwerkelijk worden verstrekt. Voldoende is dat de aanspraak op financiële middelen wordt gevestigd.

Het cruciale moment is niet de feitelijke verstrekking, maar de beslissing om de voorgenomen activiteit te subsidiëren als zij werkelijk plaatsvindt.

Ad b.

Commerciële transacties waarbij de gemeente partij is, vallen buiten het subsidiebegrip.

Ad c.

De subsidie wordt verleend en vastgesteld door een bestuursorgaan van de gemeente. Meestal zal dit het college van burgemeester en wethouders zijn.

Ad d.

Het moet gaan om een gebonden inkomens- of vermogensoverdracht in die zin, dat bij de subsidieverlening, voorafgaand aan de te verrichten activiteiten, de bestedingsrichting van de verleende middelen is vastgelegd.

Indien het gaat om een algehele of aanvullende inkomensvoorziening (bijvoorbeeld sociale zekerheid, studiefinanciering, schadevergoedingen), dan wordt het uitgekeerde bedrag niet als subsidie gezien.

De bekostiging van het onderwijs vindt plaats op basis van de specifieke onderwijswetgeving. Volgens de wet zijn de algemene regels inzake subsidiëring dan ook niet rechtstreeks, maar wel van overeenkomstige toepassing, ter bevordering van een zekere mate van harmonisatie.

De gedragslijn bij het verstrekken van een subsidie is dat bij bedragen tot  € 7.000 de waarderingssubsidie van toepassing is, bij bedragen van € 7.000 – € 100.000 de prestatiesubsidie en bij bedragen vanaf € 100.000 de budgetsubsidie

Artikel 2 Rechtspersoonlijkheid

Regel is, dat subsidie wordt verstrekt aan instellingen die een volledige rechtspersoonlijkheid bezitten. Dit artikel biedt de mogelijkheid om daarvan in bijzondere gevallen af te wijken, dat wil zeggen voor activiteiten die passen binnen het subsidiebeleid en waarbij de omstandigheid dat deze niet worden gerealiseerd door een rechtspersoonlijkheid bezittende instelling geen beletsel is.

Artikel 3 Reikwijdte van de verordening

Het opnemen van de term “gemeentelijk belang” heeft tot doel om aanvragen waarbij geen algemene belangen van de inwoners c.q. bezoekers van de gemeente Middelburg betrokken zijn, te kunnen uitsluiten.

Artikel 4 Inhoudelijk beleid

De gemeenteraad is op grond van de bepalingen van de Gemeentewet het aangewezen orgaan om subsidiëring te regelen. Door de inhoudelijke criteria zo veel mogelijk op te nemen in beleidsuitgangspunten en beleidsnota’s, wordt aan het primaat van de raad tegemoet gekomen en wordt eveneens de rechtsgelijkheid bevorderd.

Artikel 5 Subsidiebeleidskader

Het subsidiebeleidskader geeft een zo compleet mogelijk, compact overzicht van het subsidiebeleid. Door de periodieke vaststelling daarvan (in beginsel eens in de vier jaar) komt de schijnwerper regelmatig te staan op het zogenaamde bestaande beleid.

Artikel 6 Uitvoering

De bevoegdheidsverdeling geeft aan dat de raad stuurt op hoofdlijnen en dat het college verantwoordelijk is voor de uitvoering van het door de raad vastgestelde beleid.

Artikel 7 Subsidieplafond

In artikel 4:25 van de Awb wordt de mogelijkheid geschapen een subsidieplafond te hanteren. De bevoegdheid tot vaststelling van een subsidieplafond moet dan wel in de verordening zijn opgenomen. Op grond van het eerste lid van artikel 4:26 van de Awb moet de verordening tevens regelen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld of welk orgaan dat krachtens de verordening mag doen. Artikel 7 voorziet in deze wettelijke eisen, zodat nu de mogelijkheid bestaat om met subsidieplafonds te gaan werken.

Het subsidieplafond is een oplossing voor het probleem dat het ontbreken van een toereikende begrotingspost niet kan worden tegengeworpen aan de subsidieaanvrager, omdat de subsidieregeling een ongeclausuleerde aanspraak op subsidie creëert. Bij subsidieaanvragen die op grond van deze verordening worden ingediend, zal dat niet gauw het geval zijn. Er is zo veel beleidsvrijheid, dat burgemeester en wethouders ook zonder subsidieplafond bevoegd zijn het subsidie te weigeren op grond van het feit dat zij er om beleidsinhoudelijke redenen geen geld (meer) voor willen vrijmaken. De weigering moet uiteraard wel deugdelijk worden gemotiveerd.

Niettemin moet de mogelijkheid tot vaststelling van een subsidieplafond er wel zijn. Te denken valt in dit verband bijvoorbeeld aan het speciale “potje” voor incidentele activiteiten.

Als een subsidieplafond is vastgesteld, moet dat worden gepubliceerd. Tevens is de raad verplicht om aan te geven welk verdelingssysteem wordt gehanteerd. Daarin is de raad vrij. Gedacht kan worden aan het tendersysteem, waarbij aanvragen voor een bepaalde datum moeten worden ingediend, waarna aan de hand van bepaalde criteria een selectie wordt gemaakt. Een andere mogelijkheid is toepassing van het principe: ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond moet op deze verdelingsmaatstaven worden gewezen.

Het plafond (inclusief de verdelingsmaatstaven) moet bekendgemaakt worden voor aanvang van het tijdvak waarop het betrekking heeft. Potentiële subsidieaanvragers moeten daarmee immers rekening kunnen houden bij de inrichting van hun aanvraag. Ook behoren zij te weten, dat hun subsidieaanvraag kan worden geweigerd wegens het ontbreken van gelden, ook al voldoet de aanvraag aan de gestelde eisen.

Artikel 4:25

  1. Een subsidieplafond kan slechts bij of krachtens wettelijk voorschrift worden vastgesteld.
  2. Een subsidie wordt geweigerd voor zover door verstrekking van de subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden.
  3. Indien niet tijdig, dan wel in bezwaar of beroep ter uitvoering van een rechterlijke uitspraak omtrent verstrekking wordt beslist, geldt de verplichting van het eerste lid slechts voor zover zij ook gold op het tijdstip, waarop de beslissing in eerste aanleg werd genomen of had moeten worden genomen.

Artikel 4:26

  1. Bij of krachtens wettelijk voorschrift wordt bepaald hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld.
  2. Bij de bekendmaking van het subsidieplafond wordt de wijze van verdeling vermeld.

Artikel 4:27

  1. Het subsidieplafond wordt bekendgemaakt voor de aanvang van het tijdvak waarvoor het is vastgesteld.
  2. Indien het subsidieplafond of een verlaging daarvan later wordt bekendgemaakt, heeft deze bekendmaking geen gevolgen voor voordien ingediende aanvragen.

Artikel 4:28

Artikel 4:27, tweede lid, is niet van toepassing, indien:

  1. de aanvragen voor het tijdvak waarvoor het subsidieplafond is vastgesteld ingevolge wettelijk voorschrift moeten worden ingediend op een tijdstip waarop de begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd;
  2. het een verlaging betreft die voortvloeit uit de vaststelling of goedkeuring van de begroting;
  3. bij de bekendmaking van het subsidieplafond is gewezen op de mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende aanvragen.

Artikel 8 Evaluatie

Dit artikel geeft uitwerking aan het bepaalde in artikel 4:24 van de Awb. Het betreft een zogenaamde gangbare regel. Dat wil zeggen, dat de gemeente de vrijheid heeft om deze anders in te vullen.

Artikel 8 bepaalt, dat burgemeester en wethouders indien de verslaglegging van de subsidieontvangers in dat opzicht niet toereikend is, zullen moeten evalueren. Geen eisen worden gesteld aan de inhoud van de evaluatie. Deze zullen per subsidie anders kunnen zijn. Ook een termijn wordt niet voorgeschreven, omdat deze afhankelijk is van de effecten die in beeld moeten komen (soms op korte termijn, soms op langere termijn, soms periodiek).

Er wordt dus afgeweken van de in de Awb opgenomen termijn van vijf jaar en de verplichting tot evaluatie wordt beperkt tot subsidies voor activiteiten waarover de verslaglegging van de subsidieontvanger onvoldoende inzicht biedt.

Artikel 9 Toezichthouders

In de Awb is in Hoofdstuk 5, Afdeling 5.1 het nodige geregeld omtrent toezichthouders. Een uitgebreide regeling in de verordening is daarom niet nodig. Wel moet de verordening de mogelijkheid aangeven om toezichthouders aan te wijzen.

Op grond van het bepaalde in Afdeling 5.1 moet de instelling de toezichthouder toegang verlenen tot de accommodatie en de administratie. Hij is bevoegd inlichtingen te vorderen en zo nodig zakelijke bescheiden en gegevens mee te nemen om kopieën te kunnen maken.

Op grond van artikel 5:14 van de Awb is bepaald, dat de toezichthouder niet de bevoegdheden heeft die worden vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19, omdat dergelijke bevoegdheden in het kader van de subsidieverordening geen zin hebben.

Artikel 5:11

Onder toezichthouder wordt verstaan: een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift.

Artikel 5:12

  1. Bij de uitoefening van zijn taak draagt een toezichthouder een legitimatiebewijs bij zich, dat is uitgegeven door het bestuursorgaan onder verantwoordelijkheid waarvan de toezichthouder werkzaam is.
  2. Een toezichthouder toont zijn legitimatiebewijs desgevraagd aanstonds.
  3. Het legitimatiebewijs bevat een foto van de toezichthouder en vermeldt in ieder geval diens naam en hoedanigheid. Het model van het legitimatiebewijs wordt vastgesteld bij regeling van Onze Minister van Justitie.

Artikel 5:13

Een toezichthouder maakt van zijn bevoegdheden slechts gebruik voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak nodig is.

Artikel 5:14

Bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan dat de toezichthouder als zodanig aanwijst, kunnen de aan de toezichthouder toekomende bevoegdheden worden beperkt.

Artikel 5:15

  1. Een toezichthouder is bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner.
  2. Zo nodig verschaft hij zich toegang met behulp van de sterke arm.
  3. Hij is bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hem zijn aangewezen.

Artikel 5:16

Een toezichthouder is bevoegd inlichtingen te vorderen.

Artikel 5:17

  1. Een toezichthouder is bevoegd inzage te vorderen van zakelijke gegevens en bescheiden.
  2. Hij is bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.
  3. Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.

Artikel 5:18

  1. Een toezichthouder is bevoegd zaken te onderzoeken, aan opneming te onderwerpen en daarvan monsters te nemen.
  2. Hij is bevoegd daartoe verpakkingen te openen.
  3. De toezichthouder neemt op verzoek van de belanghebbende indien mogelijk een tweede monster, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald.
  4. Indien het onderzoek, de opneming of de monsterneming niet ter plaatse kan geschieden, is hij bevoegd zaken voor dat doel voor korte tijd mee te nemen tegen een door hem af te geven schriftelijk bewijs.
  5. De genomen monsters worden voor zover mogelijk teruggegeven.
  6. De belanghebbende wordt op zijn verzoek zo spoedig mogelijk in kennis gesteld van de resultaten van het onderzoek, de opneming of de monsterneming.

Artikel 5:19

  1. Een toezichthouder is bevoegd vervoermiddelen te onderzoeken met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft.
  2. Hij is bevoegd vervoermiddelen waarmee naar zijn redelijk oordeel zaken worden vervoerd met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft, op hun lading te onderzoeken.
  3. Hij is bevoegd van de bestuurder van een vervoermiddel inzage te vorderen van de wettelijk voorgeschreven bescheiden met betrekking waartoe hij een toezichthoudende taak heeft.
  4. Hij is bevoegd met het oog op de uitoefening van deze bevoegdheden van de bestuurder van een voertuig of van de schipper van een vaartuig te vorderen dat deze zijn vervoermiddel stilhoudt en naar een door hem aangewezen plaats overbrengt.
  5. Bij regeling van Onze Minister van Justitie wordt bepaald op welke wijze de vordering tot stilhouden wordt gedaan.

Artikel 5:20

  1. Een ieder is verplicht aan een toezichthouder binnen de door hem gestelde redelijke termijn alle medewerking te verlenen die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden.
  2. Zij die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift verplicht zijn tot geheimhouding kunnen het verlenen van medewerking weigeren, voor zover dit uit hun geheimhoudingsplicht voortvloeit.

Artikel 10 Democratisering

Voor het democratisch functioneren van een instelling zijn moeilijk algemene regels te geven. Natuurlijk is het controleerbaar of de eigen regels, waarnaar de instelling zich moet gedragen, op voldoende wijze voorzien in interne democratische besluitvorming. Daartoe is het tweede lid van dit artikel geformuleerd. Deze bepaling is zo geformuleerd, dat alle instellingen op een eigen wijze inhoud kunnen geven aan het principe van democratisering. In de praktijk zal dit artikel hoofdzakelijk in geval van (vermoede) misstanden actief worden toegepast.

Het artikel heeft, met andere woorden, met name een signaalfunctie. Het gemeentebestuur verwacht van gesubsidieerde instellingen een democratisch karakter, dat moet zijn vastgelegd in de interne regelgeving van een instelling, bij voorkeur aangevuld met een klachtenprocedure. Door opname van dit artikel is het wel duidelijk dat de gemeente hierop let en het al dan niet democratisch functioneren een rol kan spelen bij afwegingen bij een subsidieaanvraag.

Artikel 11 Toegankelijkheid accommodaties voor gehandicapten

Gekozen is voor een facultatieve bepaling. Soms brengt de aard van de activiteiten of de historie met zich mee, dat een accommodatie niet of slechts met onevenredig hoge kosten geschikt te maken is. Uiteraard wordt ernaar gestreefd dat zo veel mogelijk activiteiten feitelijk toegankelijk zijn voor gehandicapten.

Hoofdstuk 2 Budgetsubsidie

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 2 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 12 Aanvraag

De datum voor het indienen van de aanvraag houdt verband met de besluitvorming in het kader van de begrotingscyclus van de gemeente. Dit artikel geeft globaal aan welke gegevens met een aanvraag moeten worden ingediend. Burgemeester en wethouders kunnen, indien zij dit nodig achten, bepalen, dat ook andere gegevens moeten worden overgelegd.

Artikel 13 Activiteitenplan

Dit artikel is rechtstreeks ontleend aan (het facultatieve) artikel 4:62 van de Awb.

Artikel 14 Beslistermijn en toetsing aanvraag

Het niet in deze verordening opnemen van beslistermijnen zou betekenen, dat de Awb van toepassing zou zijn. Ingevolge die wet geldt een “redelijke termijn”, die na acht weken verstreken is, zij het dat verdaging (ook met een “redelijke termijn”) mogelijk is. Binnen het kader van de begrotingscyclus van de gemeente is dit onvoldoende.

De bepaling in het derde lid dat burgemeester en wethouders de aanvraag toetsen aan het gemeentelijke beleid, biedt de mogelijkheid van inhoudelijke toetsing.

Artikel 15 Besluit tot subsidieverlening

Bij budgetsubsidiëring vormen zowel subsidieverlening als subsidievaststelling onderdeel van het subsidieproces.

Bij subsidieverlening wordt in feite gezegd, dat een instelling in principe een bepaald bedrag aan subsidie krijgt. Dit is tevens het maximum aan subsidie dat een instelling kan ontvangen. Afhankelijk van de verrichte prestaties/activiteiten wordt de subsidie na afloop van het subsidietijdvak definitief vastgesteld.

Artikel 16 Budgetsubsidie-overeenkomsten

Dit artikel maakt het mogelijk dat naast de beschikking tot subsidieverlening een uitvoeringsovereenkomst wordt afgesloten, die een privaatrechtelijk karakter heeft. Een dergelijke overeenkomst biedt de mogelijkheid om het verrichten van de activiteiten zo nodig te vorderen via de civiele rechter. Hieraan kan behoefte bestaan, als de activiteit bestaat uit het verschaffen van door de gemeente essentieel geachte voorzieningen en (dreiging met) intrekking van de subsidie een onder de gegeven omstandigheden onvoldoende effectieve sanctie is. Dit kan zich voordoen, als het aanbieden van de desbetreffende voorziening niet eenvoudig door anderen of de gemeente zelf kan worden overgenomen.

Artikel 4:36

  1. Ter uitvoering van de beschikking tot subsidieverlening kan een overeenkomst worden afgesloten.
  2. Tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de subsidie zich daartegen verzet, kan in de overeenkomst worden bepaald dat de subsidieontvanger verplicht is de activiteiten te verrichten waarvoor de subsidie is verleend.

Artikel 17 Aanvraag tot subsidievaststelling

Dit artikel heeft betrekking op de voorbereiding van het tweede publiekrechtelijke moment in het subsidietraject. Voorafgaand aan het vaststellen van een subsidie zullen de instellingen een aanvraag moeten indienen, vergezeld van een aantal stukken.

Artikel 18 Besluit tot subsidievaststelling

De subsidievaststelling is het logische vervolg op de subsidieverlening. Zie verder de toelichting in het algemene gedeelte.

Artikel 19 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Het stellen van eisen met betrekking tot de administratie van een instelling is met name van belang met het oog op de subsidievaststelling. De administratie moet daarom inzichtelijk en controleerbaar zijn.

Artikel 20 Egalisatiereserve

In dit artikel staan de bepalingen opgenomen die betrekking hebben op het creëren van een egalisatiereserve. Dit is een buffer waarmee tekorten in het ene jaar kunnen worden opgevangen met overschotten in het andere jaar. Het kan niet de bedoeling zijn, dat deze reserve oneindig groot wordt. Daarom wordt vastgesteld, dat deze reserve maximaal 10 % van de totale inkomsten van de instelling mag bedragen. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van lid 4 zonodig van dit percentage afwijken. Dit is mogelijk indien gewerkt wordt met zuivere budgetsubsidiëring, met integrale kostprijzen en een subsidieontvanger die zelf verantwoordelijk is voor eventuele financiële tekorten.

Artikel 4:72

  1. Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, vormt de ontvanger een egalisatiereserve.
  2. Het verschil tussen het vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie werd verleend komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve.
  3. De egalisatiereserve wordt zo hoog rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd.

Artikel 21 Bestemmingsreserves en voorzieningen

Dit artikel biedt de mogelijkheid aan een instelling om naast een egalisatiereserve één of meerdere bestemmingsreserves en/of voorzieningen te vormen. Om een goed gebruik van de financiële middelen te waarborgen, dient hiervoor toestemming aan burgemeester en wethouders te worden gevraagd.

Artikel 22 Liquidatiesaldo

De bedoeling van dit artikel is, dat indien met subsidie verkregen eigendommen aan de doelstelling worden onttrokken, een evenredig deel van het vermogen dat met de subsidie is opgebouwd, terugvloeit naar de gemeente.

Het vijfde lid is bedoeld om te voorkomen, dat een instelling in verband met het naleven van deze verplichting ten opzichte van de gemeente in strijd moet handelen met haar statuten.

Artikel 23 Toestemmingsvereiste

Dit artikel sluit aan bij artikel 4:71 van de Awb. Het eerste lid daarvan is facultatief, de overige leden (over de beslissingstermijn) zijn dwingend van aard.

Voor de zwaardere subsidievormen, budgetsubsidie en exploitatiesubsidie, is het merendeel van de toestemmingsvereisten uit de Awb overgenomen. Dit geldt alleen niet voor de onderdelen e. g. en h. Onderdeel g. heeft betrekking op fondsen en reserves, waarvoor afzonderlijke bepalingen in de verordening zijn opgenomen (zie de artikelen 21 en 22). De vereisten geformuleerd onder e. en h. zouden de bedrijfsvoering van de betrokken instellingen onnodig kunnen belemmeren.

Artikel 4:71

Indien dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald, behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het bestuursorgaan voor:

  • a) het oprichten van dan wel deelnemen in een rechtspersoon;
  • b)  het wijzigen van de statuten;
  • c) het in eigendom verwerven, het vervreemden of het bezwaren van registergoederen, indien zij mede zijn verworven door middel van de subsidiegelden, dan wel de lasten daarvoor mede worden bekostigd uit de subsidiegelden;
  • d) het aangaan en beëindigen van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen of tot huur, verhuur of pacht daarvan, indien deze goederen geheel of gedeeltelijk zijn verworven door middel van de subsidie dan wel de uitgaven daarvoor mede zijn bekostigd uit de subsidie;
  • e) het aangaan van kredietovereenkomsten en van overeenkomsten van geldlening;
  • f) het aangaan van overeenkomsten waarbij de subsidieontvanger zich verbindt tot zekerheidsstelling met inbegrip van zekerheidsstelling voor schulden van derden of waarbij hij zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt of zich voor een derde sterk maakt;
  • g) het vormen van fondsen en reserveringen;
  • h) het vaststellen of wijzigen van tarieven voor door de subsidieontvanger in de gewone uitoefening van zijn gesubsidieerde activiteiten te verrichten prestaties;
  • i) het ontbinden van de rechtspersoon;
  • j) het doen van aangifte tot zijn faillissement of het aanvragen van zijn surséance van betaling.

Het bestuursorgaan beslist binnen vier weken omtrent de toestemming. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd. Indien omtrent de toestemming niet tijdig is beslist, wordt de toestemming geacht te zijn verleend.

Hoofdstuk 3 Exploitatiesubsidie

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 3 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 24 Aanvraag

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 12.

Artikel 25 Activiteitenplan

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 13.

Artikel 26 Begroting

Dit artikel is rechtstreeks ontleend aan( het facultatieve) artikel 4:63 van de Awb.

Artikel 27 Beslistermijn en toetsing aanvraag

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 14.

Artikel 28 Besluit tot subsidieverlening

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 15.

Artikel 29 Aanvraag tot subsidievaststelling

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 17.

Artikel 30 Subsidievaststelling

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 18.

Artikel 31 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 19.

Artikel 32 Liquidatiesaldo

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 22.

Artikel 33 Toestemmingsvereiste

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 23.

Hoofdstuk 4 Waarderingssubsidie

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 4 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 34 Aanvraag

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 12.

Artikel 35 Activiteitenplan

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 13.

Artikel 36 Begroting

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 26.

Artikel 37 Beslistermijn en toetsing aanvraag

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 14.

Artikel 38 Besluit tot subsidievaststelling

Bij de waarderingssubsidies is gekozen om direct over te gaan tot het vaststellen van de subsidie. In het verleden heeft bij deze instellingen (bijna) geen financiële of inhoudelijke toets plaatsgevonden. Het gaat hier ook vaak om kleinere instellingen, die relatief gezien structureel een laag bedrag aan subsidie ontvangen.

Artikel 39 Verplichtingen van de subsidieontvanger

Om toch inzicht te houden in de activiteiten die de subsidieontvanger verricht, is ervoor gekozen om de instellingen na afloop van het subsidiejaar een verslag te laten overleggen. Daarnaast worden burgemeester en wethouders in de gelegenheid gesteld nadere eisen te stellen aan de administratie van de instellingen.

Hoofdstuk 5 Investeringssubsidie

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 5 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 40 Aanvraag

De aanvraag om investeringssubsidie kent een specifieke termijn van indiening en tevens enkele bijzondere, op de subsidiesoort toegesneden in te dienen stukken. Verder kan verwezen worden naar de toelichting bij artikel 12.

Artikel 41 Beslistermijn en toetsing aanvraag

De investeringssubsidie kent een specifieke beslistermijn. Verder kan verwezen worden naar de toelichting bij artikel 14.

Artikel 42 Besluit tot subsidieverlening

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 15.

Artikel 43 Aanvraag tot subsidievaststelling

De aanvraag tot subsidievaststelling kent een specifieke termijn van indiening en de in te dienen stukken zijn op de subsidiesoort toegesneden. Verder kan verwezen worden naar de toelichting bij artikel 17.

Artikel 44 Subsidievaststelling

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 18.

Hoofdstuk 6 Eenmalige subsidie

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 6 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 45 Aanvraag

De aanvraag om een eenmalige subsidie kent een specifieke termijn van indiening en dient vergezeld te gaan van een aantal op de subsidiesoort toegesneden stukken.

Artikel 46 Beslistermijn en toetsing aanvraag

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting onder artikel 14 en 41. Lid 3 biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid nadere regels te stellen. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan subsidie bij jubilea.

Artikel 47 Besluit tot subsidieverlening

Dit artikel is vergelijkbaar met artikel 15 en behoeft geen toelichting.

Artikel 48 Aanvraag tot subsidievaststelling

Dit artikel is vergelijkbaar met artikel 17. In verband met de subsidiesoort blijft de eis van het overleggen van een accountantsverklaring hier achterwege.

Artikel 49 Subsidievaststelling

Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 18.

Artikel 50 Subsidievaststelling ineens

Er is voor gekozen om bij de eenmalige subsidie de mogelijkheid te hebben om de subsidie eerst te verlenen of deze gelijk vast te stellen. In de praktijk zal dit vaak afhangen van de hoogte van de subsidie.

Artikel 51 Verplichtingen subsidieontvanger

Om toch inzicht te houden in de activiteiten die de subsidieontvanger verricht, is ervoor gekozen om de instellingen na afloop van de activiteiten een verslag te laten overleggen. Daarnaast worden burgemeester en wethouders in de gelegenheid gesteld nadere eisen te stellen aan de administratie van de instellingen.

Hoofdstuk 7 Overige bepalingen

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 7 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 52 Weigeringsgronden

De artikelen 4:25 en 4:35 bevatten dwingend recht, waarvan niet bij verordening kan worden afgeweken. Wel is het mogelijk deze weigeringsgronden aan te vullen. Hiervan wordt in dit artikel gebruik gemaakt. Het betreft hier een limitatieve opsomming, zodat andere weigeringsgronden niet kunnen worden toegepast.

Artikel 4:25, tweede lid, bepaalt, dat een subsidie moet worden geweigerd indien door verstrekking van het subsidie het subsidieplafond zou worden overschreden. De integrale tekst van artikel 4:25 is te vinden in de toelichting op artikel 7.

Artikel 4:35

1. De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat 

  1. de activiteiten niet of niet geheel zullen plaatsvinden;
  2. de aanvrager niet zal voldoen aan de aan het subsidie verbonden verplichtingen;
  3. de aanvrager niet op een behoorlijke wijze rekening en verantwoording zal afleggen omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van het subsidie van belang zijn.

2. De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien de aanvrager 

  1. in het kader van de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van deze gegevens tot een onjuiste beschikking op de aanvraag zou hebben geleid;
  2. failliet is verklaard of aan hem surséance van betaling is verleend of ten aanzien van hem de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend. 

Artikel 53 Vergoeding aan de gemeente bij vermogensvorming

Deze bepaling is gebaseerd op artikel 4:41 van de Awb, een facultatief wetsartikel; de verordening moet een grondslag bieden om hiervan gebruik te maken.

De subsidieontvanger is onder bepaalde omstandigheden verplicht tot het betalen van een schadevergoeding aan de gemeente, wanneer het subsidie tot vermogensvorming bij de subsidieontvanger heeft geleid.

Hierbij gaat het in het bijzonder om situaties, waarbij vermogensbestanddelen niet langer dienen voor de verwezenlijking van het doel, waarvoor subsidie is verleend.

Dit doet zich bijvoorbeeld voor wanneer een instelling zichzelf ontbindt of een vorm van samenwerking met een andere instelling aangaat en het mede door middel van subsidie in eigendom verworven instellingspand verkoopt.

Deze vergoedingsverplichting is wel gekoppeld aan een verjaringstermijn van maximaal vijf jaar.

Artikel 4:41

1. In de gevallen, genoemd in het tweede lid, is de subsidieontvanger, voor zover het verstrekken van de subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het bestuursorgaan, mits

  1. dit bij wettelijk voorschrift, of, indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, bij de subsidieverlening is bepaald, en
  2. daarbij is aangegeven hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald.

2. De vergoeding is slechts verschuldigd indien:

  1. de subsidieontvanger voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen vervreemdt of bezwaart of de bestemming daarvan wijzigt;
  2. de subsidieontvanger een schadevergoeding ontvangt voor verlies of beschadiging van voor de gesubsidieerde activiteiten gebruikte of bestemde goederen;
  3. de gesubsidieerde activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd;
  4. de subsidieverlening of de subsidievaststelling wordt ingetrokken of de subsidie wordt beëindigd, of
  5. de rechtspersoon die de subsidie ontving, wordt ontbonden.

3. De vergoeding wordt vastgesteld binnen een jaar nadat het bestuursorgaan op de hoogte is gekomen of kon zijn van de gebeurtenis die het recht op vergoeding deed ontstaan, doch in ieder geval binnen vijf jaar na de bekendmaking van de laatste beschikking tot subsidievaststelling.

Artikel 54 Voorschotten

In de praktijk wordt meestal met voorschotten gewerkt. Op grond van artikel 4:54 van de Awb is voorschotverlening alleen mogelijk indien de verordening dat bepaalt. Afgewogen moet worden of voorschotverlening noodzakelijk is en zo ja, welk systeem van bevoorschotting wordt gehanteerd. De beslissing om een voorschot te verlenen of te weigeren moet worden beschouwd als een beschikking, waartegen bezwaar en beroep openstaat. Verlening van een voorschot verplicht tot uitbetaling. Wij sluiten ons aan bij de in het tweede lid van artikel 4:55 vermelde gangbare betalingstermijn van vier weken. Het is mogelijk de beschikking tot subsidieverlening te combineren met een beschikking tot voorschotverlening.

Het is zinvol vast te leggen hoe met de voorschotten wordt omgegaan bij de subsidievaststelling en wat er moet gebeuren als de vaststelling lager uitvalt dan de bevoorschotting.

Op grond van het tweede lid kan het rondpompen van geld worden voorkomen. Bevoorschotting aan een instelling waarvan het voortbestaan onzeker is, kan worden gestopt (lid 5).

Op grond van het zesde lid kan worden voorkomen, dat naderhand voorschotten moeten worden teruggevorderd van een instelling die niet aan haar verplichtingen voldoet.

Artikel 4:54

  1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger voorschotten verlenen, voor zover dit bij wettelijk voorschrift of bij de subsidieverlening is bepaald.
  2. De beschikking tot voorschotverlening vermeldt het bedrag van het voorschot, dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald.

Artikel 4:55

  1. Voorschotten worden overeenkomstig de voorschotverlening betaald.
  2. De voorschotten worden binnen vier weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij de voorschotverlening anders is bepaald.

Artikel 55 Gelieerde instellingen

Dit artikel is bedoeld om te voorkomen dat burgemeester en wethouders geen afgerond beeld hebben van de financiële rechten en verplichtingen van een instelling. Daarom moet inzicht ontstaan in bij een andere instelling ondergebracht geld (a), dochterinstellingen (b) en steunstichtingen (c).

Artikel 56 Meldingsplicht bij wijziging omstandigheden

Op diverse plaatsen in deze verordening wordt aangegeven wat burgemeester en wethouders in verband met bepaalde omstandigheden moeten/kunnen beslissen. Die omstandigheden zijn burgemeester en wethouders meestal bekend via gevraagd of ongevraagd door een instelling gegeven informatie. Het ligt voor de hand, dat de bereidheid van een instelling om informatie te verstrekken afneemt naarmate de gevolgen daarvan minder gunstig (kunnen) zijn. Daarom wordt in dit artikel bepaald, dat informatieverstrekking verplicht is (zo spoedig mogelijk en schriftelijk) als het gaat om omstandigheden die van belang kunnen zijn voor een door burgemeester en wethouders te nemen beslissing.

Artikel 57 Zorgvuldig beheer en verzekeringsplicht

Op grond van artikel 4:37, eerste lid, kan de gemeente de subsidieontvanger bepaalde verplichtingen opleggen.

Artikel 4:37
1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot:
a) aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend;
b) de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c) het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie;
d) de te verzekeren risico’s;
e) het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten;
f) het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn;
g) het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden;
h) het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover.
2. Indien een verplichting als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, wordt opgelegd, zijn de artikelen 4:3 en 4:4 van overeenkomstige toepassing.

Omdat het gemeentebestuur activiteiten subsidieert die het van belang acht voor de inwoners, heeft het er ook belang bij, dat de instelling zich verzekert tegen mogelijke risico’s. Een brand- en inbraakverzekering voor de roerende en onroerende zaken alsmede een WA-verzekering voor personeel en vrijwilligers worden daarom verplicht gesteld. De in het vierde lid opgenomen mogelijkheid van vrijstelling kan worden gebruikt, als mocht blijken dat een risico niet te verzekeren is dan wel er een uitzonderlijk hoge risicodekking wordt verlangd.

Artikel 58 Tegengaan vervreemdingen

Dit artikel beoogt te voorkomen, dat subsidiegelden worden gebruikt voor oneigenlijke doelen of door een instelling elders worden ondergebracht, buiten het zicht van de gemeente.

Artikel 59 Levering van goederen en diensten aan derden

Dit artikel is bedoeld om getrapte subsidiëring te voorkomen. Een instelling mag, zonder toestemming van burgemeester en wethouders, de subsidie niet deels ten goede laten komen aan derden die niet tot de doelgroep behoren.

Artikel 60 Medewerking aan onderzoek door de gemeente

Medewerking aan onderzoek door de gemeente is in het algemeen niet verplicht. Met deze bepaling, die gebaseerd is op artikel 4:38 van de Awb, wordt aangegeven, dat gesubsidieerde instellingen niet de vrijheid hebben zich aan die medewerking te onttrekken.

Artikel 4:38

  1. Het bestuursorgaan kan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.
  2. Indien de subsidie op een wettelijk voorschrift berust, worden de verplichtingen opgelegd bij wettelijk voorschrift of krachtens wettelijk voorschrift bij de subsidieverlening.
  3. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kunnen de verplichtingen worden opgelegd bij de subsidieverlening.

Artikel 61 Betaling

De instellingen hebben recht op een vlotte afwikkeling als de subsidie eenmaal is vastgesteld. Verder wordt de mogelijkheid gecreëerd om het subsidiebedrag (het gaat hier dus niet om de voorschotten) in vier termijnen te betalen. De basis hiervoor ligt in artikel 4:53 van de Awb.

Artikel 4:53

  1. Het subsidiebedrag kan in gedeelten worden betaald, mits bij wettelijk voorschrift is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.
  2. Indien de subsidie niet op een wettelijk voorschrift berust, kan het subsidiebedrag in gedeelten worden betaald, mits bij de subsidieverlening, of indien geen beschikking tot subsidieverlening is gegeven, bij de subsidievaststelling, is bepaald hoe de gedeelten worden berekend en op welke tijdstippen zij worden betaald.

Hoofdstuk 8 Slot- en overgangsbepalingen

Toelichting op de artikelen in hoofdstuk 8 van de Algemene Subsidieverordening Gemeente Middelburg 2007.

Artikel 62 Controleprotocol

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 63 Zaken waarin de verordening niet voorziet

Als de praktijk aanleiding geeft om deze verordening aan te vullen, zullen burgemeester en wethouders uiteraard voorstellen aan de raad moeten doen. Omdat de tijd die gemoeid is met de totstandkoming van zo’n aanvulling te lang kan zijn om een beslissing op te schorten (in verband met voorgeschreven termijnen of belangen van de gemeente en/of instellingen), geeft dit artikel burgemeester en wethouders de bevoegdheid om te handelen in gevallen waarin de verordening (nog) niet voorziet.

Artikel 64 Hardheidsclausule

Dit artikel is opgenomen om ten opzichte van een instelling in begunstigende zin te kunnen afwijken van deze verordening. Daarvoor is wel nodig dat sprake is van bijzondere omstandigheden. De aanduiding “hardheidsclausule” geeft aan, dat zich bijzondere omstandigheden kunnen voordoen, waarin een strikte toepassing van één of meer artikelen in redelijkheid niet kan worden verlangd.

Artikel 65 Overgangsbepaling

Als deze subsidieverordening in werking treedt, zijn de subsidieaanvragen voor 2007 al ingediend. Dit artikel biedt burgemeester en wethouders de mogelijkheid regels te stellen met betrekking tot de overgangssituatie.

Artikel 66 Inwerkingtreding

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

Artikel 67 Citeerartikel

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.