Huishoudelijke zorg

Via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) kan de voorziening Huishoudelijke Zorg aangevraagd worden. Het doel is dat iemand weer kan wonen in een schoon en leefbaar huis. Praktische instructie voor het aanleren en uitvoeren van huishoudelijke taken, zijn onderdeel van Huishoudelijke Zorg.

Voor wie is Huishoudelijke Zorg bedoeld?

Vaak gaat het om personen die zelf geen regie kunnen voeren over het huishouden. Wanneer iemand geen regie meer heeft op het functioneren in huis kan dit ook invloed hebben op anderen: op volwassen gezinsleden of kinderen. Huishoudelijke zorg is meer dan Huishoudelijke Hulp. De huishoudelijke taken worden helemaal of gedeeltelijk overgenomen. Daarnaast krijgt iemand ook instructies en voorlichting over het uitvoeren van het huishouden. De hulp stimuleert en activeert om (deels) zelf huishoudelijke activiteiten uit te voeren. Ook krijgen zij uitleg over de praktische uitvoering van een huishouden en is er aandacht voor hygiëne in huis.

Met behulp van Huishoudelijke Zorg leert iemand onder andere:

  • structuur aanbrengen;
  • overzicht houden;
  • plannen.

Aanvraag

Veel mensen verwarren Huishoudelijke Hulp met wijkverpleging (ook wel thuiszorg genoemd). Zij denken dat deze hulp aangevraagd wordt via de Wmo. Dit is niet zo. Wijkverpleging wordt vergoed via de zorgverzekering. Onder wijkverpleging valt verpleging en verzorging die u thuis krijgt. Bijvoorbeeld wondverzorging of hulp bij het aankleden, douchen of naar het toilet gaan. Deze zorg vraagt u zonder verwijzing aan via de wijkverpleegkundige van een thuiszorgorganisatie. De wijkverpleegkundige bespreekt met u hoeveel zorg u nodig heeft en wat u nog zelf kunt. Het komt ook voor dat de huisarts of het ziekenhuis hierover advies geeft.

Wat kunt u zelf regelen?

Krijgt u ondersteuning via de Wmo? Dat hangt af van verschillende zaken. De Wmo vult aan waar u het niet (meer) zelfstandig opgelost kan worden. Het streven is dat u zoveel mogelijk zelf blijft doen. Of dat het weer zelfstandig gaat oppakken. We onderzoeken uw persoonlijke situatie, voordat u een voorziening krijgt via de gemeente. We vragen dan wat u nog zelfstandig kunt doen en waar u hulp kunt inschakelen. Kunt u hulp inschakelen van familie of het sociale netwerk? Via familie, buren of vrienden bijvoorbeeld. Welke hulp is er beschikbaar via de Welzijnsorganisaties en kerken? Het is belangrijk dat u kunt aantonen u geen andere oplossing heeft dan ondersteuning via de Jeugdwet of de Wmo.