Samenvatting notitie Zorg Advies Team (ZAT)

Een Zorg Advies Team (ZAT) is een overleg waarbij de zorg binnen het onderwijs en de buitenschoolse zorg op elkaar worden afgestemd.

Binnen het onderwijs worden veel maatschappelijke problemen gesignaleerd, zoals opvoedproblematiek, criminaliteit, problemen met huisvesting / financiën, huiselijk geweld etc. Vaak gaan deze problemen gepaard met problemen op school of vormen zij de achterliggende oorzaak hiervan.

Organisaties zoals maatschappelijk werk Walcheren, GGD, Bureau Jeugdzorg maar ook huisartsen kunnen het kind of het hele gezin ondersteunen.

Wanneer er geen school bij betrokken is werken deze partijen samen in het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG).

Worden de problemen op school gesignaleerd en is er ook onderwijsgerelateerde problematiek, dan kan men in een model van opschaling kiezen voor bespreking in het ZAT.

Opschalen

Bij lichte of enkelvoudige buitenschoolse problematiek vormen de schoolmaatschappelijk werker, de jeugdverpleegkundige of de jeugdarts de schakel met de buitenschoolse zorg. Deze medewerkers kunnen, gebruik makend van de samenwerkingsafspraken binnen het CJG, de gewenste hulp of ondersteuning regelen of zelf bieden. Samen met de intern begeleider (IB-er) kunnen zij snel en eenvoudig de juiste hulp inschakelen.

Bij complexe of meervoudige problematiek wordt de zorg via een ZAT geregeld / afgestemd. Daarbij geldt het uitgangspunt: “Eén gezin, één plan”. Alle voor de casus relevante zorgaanbieders besluiten samen met professionals uit het onderwijs welke aanpak gewenst is en wie dit uitvoert.

Samenstelling

Een ZAT bestaat uit vaste deelnemers en partijen die op afroep beschikbaar zijn voor overleg. De vaste deelnemers zijn aan een school verbonden en verrichten daar ook uitvoerend werk. Dit zijn de orthopedagoog / psycholoog (tevens voorzitter ZAT), de IB-er,  de school maatschappelijk werker, en de jeugdarts of jeugdverpleegkundige.

De overige deelnemers aan het ZAT komen alleen op uitnodiging. Per casus wordt bekeken welke partijen noodzakelijk zijn. Voor sommige scholen kan zodoende de deelname van BJZ een structureel karakter hebben.

Aanmelden

De IB-er of de orthopedagoog/psycholoog vanuit het HGPD-overleg stemt eerst met de schoolmaatschappelijk werker en/of JGZ-medewerker af of er sprake is van complexe problematiek. Zij bekijken samen of opschaling nodig is. De IB-er kan daarna de casus aanmelden voor het ZAT. Zo blijven de aanmeldingen beperkt tot de echte probleemgevallen en kunnen meteen de juiste partijen worden uitgenodigd. Hiervoor is geen extra overleg nodig. Dit gebeurt tijdens reguliere contactmomenten, die nu ook al plaats vinden. De schoolmaatschappelijk werker is bekend op iedere school  en kan makkelijk even worden aangeschoten of opgebeld.

De voorzitter van het ZAT stelt uiteindelijk de agenda op en let daarbij op de procedurele zaken, zoals de voorbereiding, het  aantal casussen, de genodigden, de volgorde, etc.

Er is ook een mogelijkheid om een casus in het CJG te bespreken. Daar vindt multidisciplinair overleg plaats binnen het domein zorg en welzijn. Ook onderwijspartners kunnen daarbij aansluiten. Factoren die een rol kunnen spelen bij de afweging om een casus in het CJG te bespreken zijn: hoge urgentie, brede gezinsproblematiek, een reeds lopend traject binnen het CJG, de vertrouwensrelatie school/ouders, etc.  In overleg met de coördinator van het CJG kan eenvoudig worden geschakeld tussen ZAT en CJG en omgekeerd.

Werkwijze

Tijdens het ZAT-overleg wordt een casusregisseur aangesteld. (de meest geëigende of meest betrokken partij). De voorzitter ziet er op toe dat dit daadwerkelijk gebeurt, maar er is geen partij in het ZAT die dit dwingend kan opleggen. Wanneer men hier in een enkel geval niet uit komt, kan de voorzitter dit aan de stuurgroep van het CJG voorleggen (management zorgaanbieders en gemeente). Vanuit het ministerie is aangegeven dat de burgemeester uiteindelijk het laatste woord heeft.

Het plan van aanpak wordt door de casusregisseur opgesteld. Deze is ook verantwoordelijk voor de uitvoering. Alle partners uit het ZAT kunnen elkaar aanspreken bij geconstateerde problemen in de voortgang, de samenwerking en/of ‘gaten in het hulpaanbod’. Ook de voorzitter zal de voortgang bewaken.  Problemen kunnen bij de stuurgroep van het CJG worden neergelegd.

Afspraken en verplichtingen wat betreft dossiervorming en privacy die de deelnemende partijen voor hun eigen organisatie hebben opgesteld, blijven van kracht. Evenals in het CJG dienen ouders/verzorgers vooraf toestemming te geven om een casus in het ZAT te bespreken. Deze afspraken zijn vastgelegd in een privacyprotocol. Daarin staat ook de procedure beschreven om bij zwaarwegende argumenten hier van af te wijken.

Proefdraaien

De ZAT’s in het basisonderwijs zijn nieuw. De werkwijze zoals die nu wordt opgezet zal zich in de praktijk moeten bewijzen. Na een jaar volgt een evaluatie.

Een belangrijk punt bij de evaluatie is de frequentie. In Middelburg en in Vlissingen komen 4 ZAT’s voor het openbaar en bijzonder onderwijs en er komt 1 gezamenlijk ZAT voor de vier reformatorische scholen. De frequentie van het ZAT-overleg is vooralsnog vastgesteld op 5 bijeenkomsten per jaar. In de gemeente Veere wordt 1 ZAT georganiseerd waar alle scholen aan deelnemen. Hier is de frequentie 6 keer per jaar. Het is moeilijk te voorzien of dit aantal juist is ingeschat. Misschien moet dit na de evaluatie worden bijgesteld.

Voor een uitgebreide toelichting, zie notitie “ZAT’s op Walcheren” (pdf, 59 kB) van 1 oktober 2009.