Burgers, bedrijven en instellingen kunnen een verzoek indienen om van een bestemmingsplan af te wijken. De Wet ruimtelijke ordening (Wro) biedt mogelijkheden om op verschillende manier van het bestemmingsplan af te wijken. Hieronder een korte beschrijving van de diverse mogelijkheden.
In een bestemmingsplan kan de mogelijkheid worden opgenomen het plan later uit te werken. Dit is gebaseerd op artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening.
Dat gebeurd bijvoorbeeld als wel bekend is dat een bepaalde ontwikkeling gaat plaatsvinden, maar de details van de invulling nog niet bekend zijn. Bijvoorbeeld: er is bekend dat een woonwijk gebouwd gaat worden, maar waar precies huizen worden gebouwd en waar de weg komt te liggen, is nog niet duidelijk. In een bestemmingsplan kan aan dat gebied de bestemming “uit te werken” gegeven worden. Zodra alle details van de ontwikkeling bekend zijn, wordt de bestemming dan uitgewerkt in een gedetailleerd plan. Dit uitwerkingsplan moet een vooraf bepaalde procedure doorlopen. Die procedure is vaak korter dan die voor de herziening van een bestemmingsplan. Dit mag korter zijn omdat de uitwerkings- of wijzigingsregels al de procedure bij het opstellen van het bestemmingsplan hebben doorlopen.
Op een uitwerkingsplan kunt u reageren. Als een uitwerkingsplan ter inzage wordt gelegd, wordt dan via een publicatie in de Faam en op de website onder officiële publicaties bekend gemaakt.
In een bestemmingsplan kan ook opgenomen worden, dat de bestemming van een stuk grond gewijzigd mag worden naar een andere bestemming. Het bestemmingsplan geeft dan aan, op welke voorwaarden de bestemming gewijzigd mag worden én wat de nieuwe bestemming mag worden. Dit is gebaseerd op artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening.
Ook een wijzigingsplan moet een vooraf bepaalde procedure doorlopen. Die procedure wordt beschreven in het bestemmingsplan. En ook op een wijzigingsplan kunt u reageren. Als het plan ter inzage wordt gelegd, dan wordt dat via een publicatie in de Faam en op de website onder officiële publicaties bekend gemaakt.
Met een projectbesluit (gebaseerd op artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening) mag voor een bepaald project van het bestemmingsplan afgeweken worden. Een project kan iets kleins zijn, zoals een garage, maar ook een grote ontwikkeling zoals de bouw van een woonwijk.
Met een projectbesluit wordt vooruitgelopen op de aanpassing van het bestemmingsplan. Binnen 1 jaar na het nemen van het projectbesluit, moet het project opgenomen worden in een bestemmingsplan.
Omdat de procedure vergelijkbaar is met de procedure van een bestemmingsplan, is de verwachting dat het projectbesluit niet zo vaak gebruikt zal worden.
De Wet ruimtelijke ordening beschrijft de procedure die een projectbesluit moet doorlopen. In ieder geval zijn er binnen deze procedure volop mogelijkheden uw mening te laten horen. Als een projectbesluit ter inzage wordt gelegd, wordt dat via een publicatie in de Faam en de website onder officiële publicaties van de gemeente bekend gemaakt.
In een bestemmingsplan mag worden opgenomen dat burgemeester en wethouders ontheffing van de regels in het plan mogen verlenen. Dit is de zogenaamde ‘binnenplanse ontheffing’, gebaseerd op artikel 6.3 lid 1 onder c van de Wet ruimtelijke ordening.
Door deze ontheffingsmogelijkheid wordt een bestemmingsplan flexibeler gemaakt. Alle mogelijkheden om ontheffing te verlenen, staan dus in het bestemmingsplan beschreven. Daarbij zijn ook alle voorwaarden beschreven waaraan de ontheffing moet voldoen. En ook de te volgen procedure staat in het bestemmingsplan omschreven.
De mogelijkheden voor ontheffing kunnen per bestemmingsplan verschillen.
Het toepassen van de ontheffingsbevoegdheid wordt per aanvraag afgewogen. Daarbij worden alle belangen, ook die van omwonenden, afgewogen. De ontheffing wordt ook ter inzage gelegd, zodat belanghebbenden daarop kunnen reageren. Dit wordt bekend gemaakt via een publicatie in de Faam en op de website onder officiële publicaties.
Voor relatief kleine plannen is het soms mogelijk een zogenaamde ‘buitenplanse ontheffing’ te verlenen. Dit is gebaseerd op artikel 3.23 van de Wet ruimtelijke ordening. Het gaat dan om de zogenaamde ‘planologische kruimelgevallen’.
In artikel 4.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening staat opgesomd voor welke gevallen het college van burgemeester en wethouders ontheffing mag verlenen.
Het gaat bijvoorbeeld om de uitbreiding van een woning, of het bouwen van een garage.
Per geval wordt een afweging gemaakt of de ontheffing verleend kan worden. Daarbij worden alle belangen afgewogen.
Voordat deze ontheffing verleend kan worden, moet een procedure gevolgd worden (gebaseerd op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Dat betekent dat de ontheffing voor 6 weken ter visie wordt gelegd. Dit wordt bekend gemaakt via een publicatie in de Faam en op de website onder officiële publicaties. Belanghebbenden mogen in die termijn reageren.
Met artikel 3.22 van de Wet ruimtelijke ordening mag voor een beperkte termijn van maximaal 5 jaar, ontheffing worden verleend van het bestemmingsplan. Het moet dus gaan om ontwikkelingen die maar tijdelijk nodig zijn. Bijvoorbeeld een oud wijkgebouw is gesloopt en tijdens de bouw van het nieuwe wijkgebouw, wordt een tijdelijke wijkgebouw geplaatst. Voor dat tijdelijke gebouw kan een tijdelijke ontheffing verleend worden. Na afloop van de termijn van maximaal 5 jaar, moet het gebouw dan weer verwijderd worden.
Voordat deze ontheffing verleend kan worden, moet een procedure gevolgd worden (gebaseerd op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Dat betekent dat de ontheffing voor 6 weken ter visie wordt gelegd. Dit wordt bekend gemaakt via een publicatie in de Faam en op de website onder officiële publicaties. Belanghebbenden mogen in die termijn reageren.
De gemeenteraad kan besluiten dat voor een bepaald gebied een zogenaamd voorbereidingsbesluit wordt genomen. In dat besluit wordt aangegeven dat voor een gebied een bestemmingsplan wordt opgesteld. Het voorbereidingsbesluit is een jaar lang geldig. In het besluit kan opgenomen worden dat het verboden is om bepaalde werken of werkzaamheden uit te voeren, om een gebouw te slopen of het gebruik van gronden of gebouwen te wijzigen.
Als een voorbereidingsbesluit wordt genomen, wordt dat bekend gemaakt via een publicatie in de Faam en op de website onder officiële publicaties. U kunt bezwaar aantekenen tegen een voorbereidingsbesluit.