Wat is planschade?
Een tegemoetkoming in schade (planschade) is een vergoeding voor
schade die u lijdt door verandering van planologische maatregelen.
De planologische situatie in uw omgeving kan zo veranderen, dat u
hierdoor benadeeld wordt. Zo kan bijvoorbeeld de waarde van uw
woning of uw bouwwerk verminderen, doordat een nieuw
bestemmingsplan wordt vastgesteld of doordat ontheffing verleend
wordt.
Planschade kan bestaan uit onder meer waardevermindering van
onroerend goed (vermogensschade) of uit een omzetdaling van een
bedrijf (inkomensschade). Artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke
ordening geeft aan wanneer planschade geclaimd kan worden.
Per 1 juli 2008 geldt dat alle schade onder de 2% van de waarde van
bijvoorbeeld uw woning, niet wordt uitgekeerd, of dit bedrag wordt
in mindering gebracht op de uit te keren planschadevergoeding. Dit
is het zogenaamde “maatschappelijk risico”.
Daarnaast is van belang dat, op het moment waarop u de grond of het
gebouw kocht, nog niets bekend was van de bouwplannen. Oftewel de
bouwplannen mogen niet “voorzienbaar” zijn geweest. Tot slot is
belangrijk of de schade niet op een andere manier verzekerd is. Dat
kan zijn doordat u bijvoorbeeld korting op de koopprijs hebt
gekregen, of bijvoorbeeld een stuk tuingrond bij uw woning tegen
een heel laag tarief hebt kunnen kopen.
Drempelbedrag
De kosten voor het in behandeling nemen van een aanvraag om planschade bedragen € 300,-. Uw verzoek kan pas in behandeling genomen worden als dit bedrag is betaald. Als u planschade wordt toegekend, dan krijgt u dit bedrag terug. Krijgt u geen planschade, dan krijgt u het drempelbedrag niet terug.
Wanneer wel en wanneer niet?
Een verzoek om planschade kan pas ingediend worden nadat het
bestemmingsplan of bijvoorbeeld de ontheffing waarop de schade
betrekking heeft, onherroepelijk is. Onherroepelijk betekent dat er
geen mogelijkheid meer bestaat om bezwaar of beroep bij de
rechtbank of bij de Raad van State aan te tekenen.
Er bestaan nogal wat misverstanden over de toepassing en de
achtergrond van het instrument planschade. Stel dat een
bestemmingsplan de mogelijkheid biedt een supermarkt op het weiland
tegenover uw woning te realiseren. Het vrije uitzicht en de
landelijke ligging gaan hiermee verloren. U vindt dat u door de
nieuwbouwplannen recht hebt op planschadevergoeding.
Maar zo werkt het planschaderegeling niet. Volgens artikel 6.1 Wro
heeft u recht op planschade als schade ontstaat als gevolg van de
nadelige wijziging in het planologische regime; de maximaal
toelaatbare bouw- en gebruiksmogelijkheden van de percelen. Om te
meten of de wijziging van het planologische regime de
gebruiksmogelijkheden van gronden in negatieve zin verandert, wordt
een vergelijking gemaakt tussen het ‘oude’ en het ‘nieuwe’
planologische regime. Daarbij gaat het niet om de feitelijke
situatie, maar om wat planologisch maximaal kón worden
gerealiseerd. Het is dus pas duidelijk of er recht is op planschade
wanneer de ‘oude’ en ‘nieuwe’ planologische situatie naast elkaar
worden gelegd.
In ons voorbeeld wordt in de nieuwe situatie mogelijk gemaakt dat
een supermarkt op een weiland wordt gerealiseerd. Stel dat het oude
bestemmingsplan “agrarisch gebied” en zodoende geen enkele
bouwmogelijkheid aangaf, dan is sprake van een nadelige wijziging
en is er mogelijk recht op schadevergoeding. Maar gaf het oude
bestemmingsplan bijvoorbeeld de bestemming “detaihandel” aan, dan
is er waarschijnlijk géén sprake van een nadelige wijziging.
Ondanks dat de woonomgeving er op achteruit gaat. En dat is de
essentie van het instrument planschade: niet de feitelijke
situatie, maar de planologische situatie is van belang.
Verjaring
Sinds 1 september 2005 is het wettelijk geregeld dat planschade
verjaart. Dit betekent dat u binnen vijf jaar na het onherroepelijk
worden van een planologische maatregel, uw verzoek om planschade
bij de gemeente moet indienen. Na deze periode van vijf jaar
vervalt het recht om planschade te claimen.
Planschade voor 1 september 2005
Voor alle planologische wijzigingen die tussen 1
augustus 1970 en 1 september 2005 zijn ontstaan, kan nog tot 31
augustus 2010 een verzoek om planschade ingediend worden. Na deze
periode is verhaal van planschade niet meer mogelijk.
Hoe kan ik het aanvragen?
Zodra u het drempelbedrag heeft betaald, vraagt het college van burgemeester en wethouders advies bij een onafhankelijk adviesbureau over uw aanvraag. In de procedureverordening staat de verdere procedure beschreven. Een planschadeprocedure duurt gemiddeld een jaar tot anderhalf jaar. Als u het niet eens bent met het uiteindelijke besluit, kunt u bezwaar en eventueel (hoger) beroep aantekenen. Als u planschade wordt toegekend, dan krijg u een rentevergoeding over het planschadebedrag vanaf het moment dat u de aanvraag hebt ingediend, tot het moment van uitbetalen.