In- en uitritvergunning

Wilt u een inrit bij uw woning of uw bedrijf? Dan moet u hiervoor een omgevingsvergunning aanvragen. Het kan nodig zijn dat de trottoirbanden worden verlaagd. Maar het kan ook zijn dat er een lichtmast moet worden verplaatst, een boom moet worden gekapt of een deel van een groenstrook moet worden verhard.

Voorwaarden

Aan de omgevingsvergunning worden onder andere (standaard) uitvoeringsvoorschriften verbonden. De afdeling Stadsbeheer coordineert en houdt toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden. Voor informatie belt u naar 14 0118.

Eigenaar

Als u alleen gebruiker van het terrein bent, dan heeft u voor het aanvragen van de vergunning toestemming nodig van de eigenaar.

Kosten

Alle werkzaamheden, inclusief de door de gemeente te treffen voorzieningen op de openbare weg, komen voor rekening van de vergunninghouder en mogen uitsluitend uitgevoerd worden in overleg met en onder goedkeuring van de gemeente Middelburg.

Aanvraag

U doet de vergunningcheck via het omgevingsloket om te zien of u een omgevingsvergunning nodig heeft. Indien een vergunning vereist is, kunt u deze via hetzelfde omgevingsloket ook digitaal aanvragen. U heeft daarvoor wel uw DigiD-inlogcode nodig. Heeft u geen DigiD code?

Dan kunt u deze aanvragen via www.digid.nl

Het is ook mogelijk de vergunning via een formulier van de gemeente aan te vragen. Dit formulier kunt u via de vergunningcheck op www.omgevingsloket.nl downloaden en uitprinten. Bedrijven zijn echter verplicht om de aanvraag digitaal in te dienen via het omgevingsloket.

U krijgt schriftelijk antwoord van het bevoegd gezag. Dat kan de gemeente zijn, maar ook de provincie, het waterschap of de rijksoverheid.

Conceptaanvraag

Meestal is vooraf overleg gewenst met het bevoegd gezag, een omgevingsvergunning vereist namelijk maatwerk, en daarom is het verstandig om uw plan eerst te laten toetsen aan de hand van een concept-aanvraag omgevingsvergunning uitweg. U kunt deze conceptaanvraag downloaden (pdf, 17 kB).

U kunt de conceptaanvraag met bijlagen indienen bij de afdeling Vergunningverlening en Handhaving, tel. (0118) 67 52 84.

Beoordelingscriteria

Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt (op grond van artikel artikel 2.7, lid 2 van de APV) door de gemeente beoordeeld aan de hand van een aantal criteria:

  • de bruikbaarheid van de weg;
  • het veilig en doelmatig gebruik van de weg;
  • de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving;
  • de bescherming van groenvoorzieningen in de gemeente.

Bij de beoordeling van uw aanvraag wordt onder andere bekeken in hoeverre een uitrit ten koste gaat van openbare parkeerplaatsen in de straat.

Beleid

Voorts wordt in het algemeen slechts medewerking verleend aan een uitrit indien dat geen onevenredige aantasting oplevert voor het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheid. Er wordt bijvoorbeeld in principe geen medewerking verleend aan een uitrit wanneer het voornemen bestaat om één of meerdere auto’s te parkeren (in strijd met de regels van een bestemmingsplan) vóór de voorgevelrooilijn van een woning op gronden met een (voor)tuinbestemming, omdat dit leidt tot een onevenredige aantasting van het uiterlijk aanzien van de omgeving.

Wanneer op een perceel naast de woning bijvoorbeeld een carport of een garage kan en mag worden gerealiseerd en er zijn verder geen belemmeringen, dan wordt in beginsel medewerking verleend aan een omgevings-
vergunning voor een uitrit.

Voorts zal in voorkomende gevallen worden afgewogen of bijvoorbeeld het behoud van een bomenstructuur of een groenvoorziening al dan niet dient te prevaleren boven een bedrijfs- of privébelang tot het maken van een uitweg.

Procedure

Er kan sprake zijn van een reguliere of een uitgebreide voorbereidingsprocedure (afhankelijk van de complexiteit van de aanvraag). Voor de reguliere voorbereidingsprocedure geldt een doorlooptijd van 8 weken (van aanvraagbevestiging tot bekendmaking van het besluit) en kan met 6 weken worden verlengd. Voor de uitgebreide voorbereidingsprocedure geldt een doorlooptijd van 6 maanden met een mogelijke verlenging van 6 weken. Het bevoegd gezag geeft vooraf aan welke van de twee proceduretypen er sprake zal zijn.