Hoe gaat de raad te werk?

De gemeenteraad is in de eerste plaats de volksvertegenwoordiging. De raad geeft kaders aan, bepaalt het beleid op hoofdlijnen en neemt de belangrijkste beslissingen. Verder controleert de raad of het college de gestelde doelen haalt. De raadsleden worden rechtstreeks door de burgers gekozen.

Rollen

De raad heeft verschillende rollen.

  1. Volksvertegenwoordigende rol: de raad vertegenwoordigt de inwoners van de gemeente. Door het onderhouden van contact met met de inwoners van de gemeente weten raadsleden wat er speelt en leeft in de gemeente. Zo kunnen zij de belangen van individuele inwoners en van alle inwoners goed afwegen bij het nemen van besluiten. Iedere partij die vertegenwoordigd is in de raad doet dit vanuit zijn eigen politieke visie.
  2. Kaderstellende rol: de raad geeft kaders aan. Met name bij zware beleidsonderwerpen is dat het geval.
  3. Controlerende rol: de raad controleert het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad controleert of het college het beleid goed uitvoert en haar dagelijkse bestuurstaken goed vervult.

Bevoegdheden

De gemeenteraad bepaalt de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid. Plannen kunnen alleen doorgaan als een meerderheid van de raad daarmee instemt. Gemeentelijke regels waar alle inwoners zich aan moeten houden worden vastgelegd in verordeningen. De raad stelt de jaarbegroting en jaarrekening vast en de hoogte van de gemeentelijke belastingen en tarieven.

Instrumenten

Om haar kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken goed uit te kunnen voeren heeft de raad de volgende instrumenten.

  1. Het recht van initiatief: ieder raadslid kan zelf schriftelijk voorstellen bij de raad indienen om over een bepaald onderwerp een besluit te nemen. Dit kan bijvoorbeeld een voorstel zijn voor nieuw beleid of aanpassing van een verordening. De raad stemt over deze voorstellen.
  2. Het recht van amendement: een raadslid kan voorstellen indienen om de tekst van een voorstel inhoudelijk te wijzigen. Zo’n wijzigingsvoorstel heet een amendement. Als de meerderheid van de raad het amendement steunt, wordt het oorspronkelijke raadsvoorstel en het -besluit gewijzigd vastgesteld.
  3. Het indienen van moties: als een raadslid wil dat de raad ergens een uitspraak over moet doen kan hij een motie indienen. Het kan daarbij gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen. Een motie heeft geen juridische, maar politieke betekenis.
  4. Schriftelijk vragenrecht: om zijn controlerende rol goed uit te kunnen oefenen heeft de raad het recht zowel mondelinge als schriftelijke vragen te stellen aan het college over alle onderwerpen die de raad aangaan.
  5. Mondeling vragenrecht: ieder raadslid heeft het recht om in commissievergaderingen bij het agendapunt "vragen aan het college" mondeling vragen te stellen. Dit biedt de mogelijkheid over actuele zaken vragen te stellen. De vragen worden mondeling door een lid van het college beantwoord.
  6. Het recht van interpellatie: ieder raadslid kan aan de raad toestemming vragen om vragen te mogen stellen aan het college of de burgemeester over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Een interpellatie kan bijvoorbeeld gebruikt worden om een essentieel politiek punt nadrukkelijk aan de orde te stellen en daarover het verantwoordelijke collegelid te bevragen. De raad beslist als geheel of hij toestemming geeft voor de interpellatie. Het verschil tussen een interpellatie en een mondelinge vraag is dat bij het aanvragen van de interpellatie de aanvrager een inhoudelijk debat wil voeren en een uitspraak van de raad wil uitlokken.
  7. Het recht op informatie: als een raadslid informatie over een onderwerp wil hebben kan hij het college om inlichtingen over dat onderwerp vragen. Het college beantwoordt het verzoek om informatie mondeling in de eerstvolgende commissievergadering. Het college heeft een actieve en passieve informatieplicht naar de raad.
  8. Budgetrecht: de gemeenteraad gaat over het geld. De raad stelt de gemeentebegroting en de jaarrekening vast. In de Programmabegroting staat wat de raad op diverse terreinen wil bereiken en hoeveel geld hij daarvoor beschikbaar stelt. De uitvoering hiervan is opgedragen aan het college.
  9. Ambtelijke ondersteuning: de raad heeft een eigen ondersteuning, namelijk de griffier. Daarnaast kan de raad een beroep doen op ambtelijke ondersteuning vanuit de gemeentelijke organisatie.
  10. Rekenkamer Middelburg: de Rekenkamer Middelburg is onafhankelijk en doet onderzoek naar de doelmatigheid, de doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het beleid en de uitgaven. Naar aanleiding van een onderzoek kan de rekenkamer aanbevelingen doen aan de raad en het college. De rekenkamer bestaat uit vier leden. De rekenkamer bepaalt zelf welke onderwerpen het onderzoekt en is onafhankelijk van raad en college. De raad kan de rekenkamer wel vragen een onderzoek uit te voeren naar een bepaald onderwerp.
  11. Recht van onderzoek: elk raadslid kan een voorstel doen om een onderzoek in te stellen. Het onderzoek gaat alleen door als de meerderheid van de raad daarmee instemt. Een onderzoek wordt uitgevoerd door een onderzoekscommissie, waarvan de leden door de raad worden benoemd. Een onderzoekscommissie bestaat uit tenminste drie raadsleden. Leden van het college kunnen geen lid zijn van een onderzoekscommissie.