De raad is in de eerste plaats de volksvertegenwoordiging. De raad geeft kaders aan, bepaalt het
beleid op hoofdlijnen en neemt de belangrijkste beslissingen. Verder controleert de raad of het
college de gestelde doelen haalt. De raadsleden worden rechtstreeks door de burgers gekozen.
Rollen
De raad heeft drie rollen:
1. Volksvertegenwoordigende rol.
De raad vertegenwoordigt de inwoners van de gemeente. Door het onderhouden van contact
met met de inwoners van de gemeente weten raadsleden wat er speelt en leeft in de gemeente.
Zo kunnen zij de belangen van individuele inwoners en van alle inwoners goed afwegen bij
het nemen van besluiten. Iedere partij die vertegenwoordigd is in de raad doet dit vanuit zijn
eigen politieke visie.
2. Kaderstellende rol.
De raad geeft kaders aan. Met name bij zware beleidsonderwerpen is dat het geval.
3. Controlerende rol.
De raad controleert het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad controleert
of het college het beleid goed uitvoert en haar dagelijkse bestuurstaken goed vervult.
Bevoegdheden
1. Kaders stellen.
De gemeenteraad bepaalt de hoofdlijnen van het gemeentelijk beleid. Plannen kunnen alleen
doorgaan als een meerderheid van de raad daarmee instemt. Gemeentelijke regels waar alle
inwoners zich aan moeten houden worden vastgelegd in verordeningen.
2. Stelt de jaarbegroting en jaarrekening vast en de hoogte van de gemeentelijke belastingen en
tarieven.
Instrumenten van de raad
Om haar kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende taken goed uit te kunnen
voeren heeft de raad de volgende instrumenten:
1. Het recht van initiatief
Ieder raadslid kan zelf schriftelijk voorstellen bij de raad indienen om over een bepaald onderwerp
een besluit te nemen. Dit kan bijvoorbeeld een voorstel zijn voor nieuw beleid of aanpassing
van een verordening. De raad stemt over deze voorstellen.
2. Het recht van amendement
Een raadslid kan voorstellen indienen om de tekst van een voorstel inhoudelijk te wijzigen.
Zo’n wijzigingsvoorstel heet een amendement. Als de meerderheid van de raad het amendement
steunt, wordt het oorspronkelijke raadsvoorstel en het –besluit gewijzigd vastgesteld.
3. Het indienen van moties
Als een raadslid wil dat de raad ergens een uitspraak over moet doen kan hij een motie indienen.
Het kan daarbij gaan om het uitspreken van een wens (van inhoudelijke, politieke, procedurele
aard) of het uitspreken van instemming dan wel afkeuring over bepaalde ontwikkelingen.
Een motie heeft geen juridische, maar politieke betekenis.
4. Schriftelijk vragenrecht
Om zijn controlerende rol goed uit te kunnen oefenen heeft de raad het recht zowel mondelinge
als schriftelijke vragen te stellen aan het college over alle onderwerpen die de raad aangaan.
5. Mondeling vragenrecht
Ieder raadslid heeft het recht om in commissievergaderingen bij het agendapunt "vragen aan
het college" mondeling vragen te stellen. Dit biedt de mogelijkheid over actuele zaken vragen
te stellen. De vragen worden mondeling door een lid van het college beantwoord.
6. Het recht van interpellatie
Ieder raadslid kan aan de raad toestemming vragen om vragen te mogen stellen aan het college
of de burgemeester over een onderwerp dat niet op de agenda staat. Een interpellatie
kan bijvoorbeeld gebruikt worden om een essentieel politiek punt nadrukkelijk aan de orde te
stellen en daarover het verantwoordelijke collegelid te bevragen. De raad beslist als geheel of
hij toestemming geeft voor de interpellatie.
Het verschil tussen een interpellatie en een mondelinge vraag is dat bij het aanvragen van de
interpellatie de aanvrager een inhoudelijk debat wil voeren en een uitspraak van de raad wil
uitlokken.
7. Het recht op informatie
Als een raadslid informatie over een onderwerp wil hebben kan hij het college om inlichtingen
over dat onderwerp vragen. Het college beantwoordt het verzoek om informatie mondeling in
de eerstvolgende commissievergadering.
Het college heeft een actieve en passieve informatieplicht naar de raad.
8. Budgetrecht
De gemeenteraad gaat over het geld. De raad stelt de gemeentebegroting en de jaarrekening
vast. In de Programmabegroting staat wat de raad op diverse terreinen wil bereiken en hoeveel
geld hij daarvoor beschikbaar stelt. De uitvoering hiervan is opgedragen aan het college.
9. Ambtelijke ondersteuning
De raad heeft een eigen ondersteuning, namelijk de griffier. Daarnaast kan de raad een beroep
doen op ambtelijke ondersteuning vanuit de gemeentelijke organisatie.
10. Rekenkamer Middelburg
De Rekenkamer Middelburg is onafhankelijk en doet onderzoek naar de doelmatigheid, de
doeltreffendheid en de rechtmatigheid van het beleid en de uitgaven. Naar aanleiding van een
onderzoek kan de rekenkamer aanbevelingen doen aan de raad en het college. De rekenkamer
bestaat uit vier leden. De rekenkamer bepaalt zelf welke onderwerpen het onderzoekt en
is onafhankelijk van raad en college. De raad kan de rekenkamer wel vragen een onderzoek
uit te voeren naar een bepaald onderwerp.
11. Recht van onderzoek
Elk raadslid kan een voorstel doen om een onderzoek in te stellen. Het onderzoek gaat alleen
door als de meerderheid van de raad daarmee instemt. Een onderzoek wordt uitgevoerd door
een onderzoekscommissie, waarvan de leden door de raad worden benoemd. Een onderzoekscommissie
bestaat uit tenminste drie raadsleden. Leden van het college kunnen geen lid
zijn van een onderzoekscommissie